Wrts
Wrts is het online overhoorprogramma van De Digitale School: kijk op www.wrts.nl

Wörter und Sätze

Zum Klassenzimmer im Internet von Frau Dumont
 

Lijsten voor Verben - werkwoorden

Alle lijsten laten zien

  Talen Titel  
1. Duits—Nederlands 51. lassen 20 Overnemen
2. Duits—Nederlands Na klar 2 Kapitel 1 Paragraaf 4 - de "zou-vormen" van werden, haben, sein, mögen und können 45 Overnemen
3. Duits—Nederlands Na klar 2 Kapitel 1 Paragraaf 4 - die Modalverben können, dürfen, mögen, müssen, sollen, wollen + wissen 63 Overnemen
4. Duits—Nederlands Na klar 2 Kapitel 1 Paragraaf 4 - die Verben haben, sein, werden, machen, reisen, reden 69 Overnemen
5. Nederlands—Duits Unregelmäßige Verben - 01/30: befehlen t/m vreten 30 Overnemen
6. Nederlands—Duits Unregelmäßige Verben - 31/60: het koud hebben/houden, van lusten 30 Overnemen
7. Nederlands—Duits Unregelmäßige Verben - 61/90: moeten (noodzaak)/moeten (wil van iemand anders) 30 Overnemen
8. Nederlands—Duits Unregelmäßige Verben - 91/122: sprechen/zwingen + backen 32 Overnemen
9. Nederlands—Duits Unregelmäßige Verben 1-121 122 Overnemen
10. Duits—Nederlands Verleden tijd (Präteritum) van sterke werkwoorden (fahren als Beispiel) 9 Overnemen
11. Duits—Nederlands Werkwoorden: de "zou-vormen" - werden, haben, sein, mögen und können Nk2-K1-P4 45 Overnemen
12. Duits —Nederlands Werkwoorden: de gebiedende wijs - sein 9 Overnemen
13. Duits—Nederlands Werkwoorden: de tegenwoordige tijd - haben, sein, werden, machen, reisen, reden Nk2-K1-P4 69 Overnemen
14. Duits—Nederlands Werkwoorden: de tegenwoordige tijd - sterke werkwoorden met a of e in de stam 97 Overnemen
15. Duits—Nederlands Werkwoorden: de verleden tijd - regelmatige werkwoorden: machen, wohnen, reden, arbeiten, reisen 55 Overnemen
16. Duits—Nederlands Werkwoorden: de verleden tijd - sein, haben, werden - es gab 32 Overnemen
17. Duits—Nederlands Werkwoorden: de verleden tijd - sterke werkwoorden: schreiben, fahren, lesen, essen 44 Overnemen

    RSS. Wrts is een project van De Digitale School. Colofon